DB 12: Metafoor (mijn roedel en ik)

 
Het is ongeveer vier jaar geleden.
 
Een goede vier jaar geleden kreeg ik de diagnose. Ik werd veertien en van de ene op de andere dag ook meteen bestempeld als reumapatiënt.
Ik vond het geen misplaatst cadeau. Ik had mijn hele leven in onzekerheid geleefd, pijn gehad zonder te weten waarom. Een diagnose zou niet alles oplossen, maar het was een begin.
 
Het was de eerste keer -en laatste keer- dat ik een psychologe zag. Ik had niemand die het echt helemaal begreep, en begrijpen zou zij ook niet echt kunnen. Maar ze wilde luisteren.
En plots stelde ze me een vraag die mijn verdere leven zou gaan beïnvloeden. Voor deze vraag wilde ze graag dat ik mijn antwoord opschreef (ze had ondertussen al begrepen dat schrijven me makkelijker afging).
 
Ze vroeg me met welk dier ik me op dat moment zou identificeren. Pas toen ik erover na begon te denken, drong tot me door dat deze vraag lang niet zo belachelijk was als ze leek, en zinvoller dan je zou denken. En ik begon te schrijven.
 
 
Ik vond mezelf een zangvogel, gevangen in een kooi die ik nu reuma kon noemen. Ik kon zingen, had mijn talenten, maar zat eenzaam en alleen opgesloten. Niemand nam de moeite om door de tralies heen te kijken. Alles wat ik ooit had gewild -en waarvan ik dacht dat ik het nooit zou kunnen krijgen- was vrij zijn. Ik was een nachtegaal die wilde vliegen en zich klapwiekend verzette tegen de spijlen. Maar dat hielp niets. En na een hele tijd alleen zijn en vechten zong de zangvogel ook niet meer.
 
Toen vroeg ze welk dier ik dan wel graag had willen zijn.
 
Ik wilde niets liever dan een wolvin zijn. Wolven kunnen rennen, hun poten stampend over de bosgrond. Ze zijn vrij, ze kennen geen grenzen. En ze zijn nooit alleen. Ze huilen in groep naar de maan en slapen tegen elkaar aan onder de sterrenhemel. En ja, het kan gevaarlijk zijn, ook voor wolven. Er zullen altijd jagers zijn. Maar ze zijn sterk en snel, en beschermen elkaar tegen alle vormen van bedreiging.
 
Het klinkt gek, maar zodra ik die woorden had neergeschreven voelde ik de wolf in me groeien. Ik koos ervoor om niet langer klein en kwetsbaar te zijn, al ging dat met vallen en opstaan.
Ik zou de sterkte van de wolf nog vaak nodig hebben, want op dat moment wist ik niet dat ik nog een lange en pijnlijke weg zou afleggen om uiteindelijk te worden wie ik nu ben. Ik heb mezelf bij elkaar moeten rapen, en daar zou ik minder goed in geslaagd zijn als ik niet vier jaar geleden mijn roedel had ontmoet.
 
 
Orka was niet de 'roedel' die ik had verwacht. Hoewel elk lid zijn eigen sterktes heeft, hebben we allemaal al eens last van een kreupele poot. Rennen doen we niet, maar dat vind ik al lang zo erg niet meer. We zijn een hechte groep, we laten niemand achter.  
Wanneer het moeilijk wordt, hebben we een pels om tegenaan te leunen. Ik kwam in deze roedel terecht als 'pup' en ben in die vier jaar volwassen geworden tussen hen, ondanks dat ik hen niet zo vaak zag.
Dankzij hen is mijn kooi niet langer van staal, maar van linten. Af en toe raak ik er nog in verstrikt, maar uiteindelijk valt alles weer in de plooi.
 
Vorig jaar trok ik als solitaire wolf naar Leuven, en ook hier heb ik mijn plaats gevonden in mijn vriendengroep. Er zijn inmiddels verschillende roedels waarin ik thuishoor, maar ik vergeet nooit waar ik vandaan kom.
Nu ben ik een van de sterke, verantwoordelijke wolven die aan de rand van het bos toekijkt. Ik ben de witte wolf met grijsblauwe ogen die waakt over de anderen vanaf de bosrand in de storm. Ik ben de stille steun die altijd vanuit hun ooghoeken zichtbaar zal zijn als het sneeuwt, of witte doktersjassen regent.
 
En ik weet dat, als het me te veel wordt, ik altijd thuis kan komen.
 
 
 
Een warme winterknuffel van Aïda