DB 25: Sportbroek uit de kast halen

 

Studeren begint bij jezelf wijsmaken dat je het allemaal echt wel wílt weten. Dat zorgt ervoor dat alles veel vlotter in je hoofd blijft hangen. Helaas is dit vaak de moeilijkste stap van het hele blokgebeuren: er zijn ook aan de universiteit nog steeds vakken waar je het nut niet van inziet, zul je altijd zien.

Het is moeilijk jezelf voor te houden dat je echt eerst wilt begrijpen hoe een bepaald taalbeginsel opgebouwd is wanneer je buiten de zon ziet stralen, in je achterhoofd op een tropisch strand zit en je maag uit verveling begint te grommen, voordat je een pauze neemt die uitmondt in uren niks doen, in bed hangen, sociale media afstruinen en uitgebreider dan ooit een douche nemen.

Uitstellen, ik bevind me er geregeld schuldig aan en ik ben er verre van slecht in.

 

Hetzelfde geldt voor kiné en fysieke activiteiten. Op korte termijn resultaat behalen lukt niet, en daardoor raak ik ontzettend gedemotiveerd. Ik bedenk de meest creatieve smoesjes om eronderuit te komen of iets anders te gaan doen wat zogenaamd van groter belang is op dat moment.

Ik mag toch wel (niet zonder enige trots) melden dat ik vooruitgang maak en minder vasthoud aan mijn slechte gewoonten. 

Toegegeven, ik zit een beetje achter op mijn planning, maar ik heb al meer gestudeerd dan ooit (ja ja, alles kan beter en ik ben nog lang geen modelstudent, maar hé, men moet ergens beginnen). Ik kijk beschamend hard uit naar het weekend, maar niet omdat ik dan iets minder studeer dan door de week. Nee, ik zit te wachten op het weekend omdat ik dan, indien het niet regent, kan gaan fietsen.

In Leuven, een heuvelachtige drukke stad zonder frisse buitenlucht, gaat fietsen niet bepaald lekker, maar in Stekene, mijn boerengat, gaat het prima. Ik heb de laatste tijd geen pijn meer van fietsen, zelfs geen beetje. Ik was vergeten hoe leuk dat is totdat ik voor het eerst dit jaar mijn stalen ros weer in gebruik nam.

Vergis je niet: ik ben geen wielertoerist die iedereen op topsnelheid van de baan rijdt. Ik heb een gewone fiets, rij een uur lang op rustig tempo over vlakke wegen en zweet als een gek onderweg. Met mijn conditie is het - begrijpelijkerwijze - niet zo best gesteld. Voor mij voelt wandelen als joggen, fietsen als wielrennen. Mijn armen hebben het nu iets harder te verduren, dus ik ben blij dat ik geregeld mijn benen even kan laten werken. Ik heb er weer plezier in en wanneer ik weer thuiskom, ben ik afgepeigerd maar tevreden.

Zo zie ik mijn studies nu ook. Het is hard en zwaar, want ik hoefde nooit ergens echt voor te leren. In het middelbaar onderwijs kon ik mijn testen bij wijze van spreken blindelings afleggen. Maar dat gevoel na een uur leren en de helft van je cursus doorploegd te hebben is zo goed. Moe, maar trots.

Ik denk dat ik na bijna twee jaar mijn kinesist maar weer eens opbel na de examens. Vroeger hield ik er geen voordelen aan over, nu ik stabiel ben is het waarschijnlijk anders. Ik kan nog enkele graden aan beweeglijkheid winnen per gewricht, en ik ben vastbesloten die eruit te halen. Vermoedelijk verbaast mijn kinesist zich er binnenkort nog meer over dan ikzelf.

Er is een verschil tussen het gewoon maar zien uit te houden zoals het is, of proberen alles uit de kan te halen en vooruitgang te boeken. Soms kun je niet anders dan het eerste doen, maar nu ik de kans heb, ga ik graag voor optie twee.

 

Aïda