DB 28: Kussenkastelen en dekenforten

 
Als je een beperking hebt, wordt vaak van je verwacht dat je dat compenseert door op alle andere vlakken perfect te zijn, ook al kun je er helemaal niks aan doen.
Er wordt verwacht dat je goede punten haalt, zodat je later een hoogstaand diploma hebt dat je toekomst zekerheid geeft en je de kans bied op een job die je kunt uitvoeren zonder al te veel fysieke hinder te ondervinden.
Rekken vullen in de supermarkt is geen optie voor mij. Maar het is verkeerd om te denken dat al de rest vanzelf zou moeten gaan.
 
Als je een beperking hebt, wil je dat ook goedmaken op alle mogelijke manieren, ook al is het helemaal jouw schuld niet.
Je wilt dat mensen je aardig vinden, dat ze in je buurt willen zijn ondanks je minder leuke kant.
Je wilt geen last zijn, dus ploeter je in je eentje koppig verder, heb je het moeilijk met hulp aan te nemen (ook al ben je er heel dankbaar voor) en luister je meer naar je angst dan naar je lichaam.
Je wilt sterk zijn.
 
Je bent bang dat je, als je niet leuk of grappig of knap genoeg bent, achter zult blijven in je eentje.
Maar terwijl je door die gedachte opgeslorpt wordt, besef je niet dat je jezelf nog meer afsluit van anderen.
Je merkt dat alles wat je doet in het teken staat van anderen plezieren, anderen helpen, anderen tevreden stellen.
 
 
Op een bepaald moment zul je jezelf tegen komen.
Als iemand bijvoorbeeld zegt dat je egoïstisch bent, dan knakt er iets vanbinnen.
Kortsluiting in je hoofd. Want alles wat je deed, was voor anderen, toch? Je deed waarvan jij dacht dat het zou helpen.
En dan besef je dat er altijd mensen zullen zijn die je niet kunt helpen, die je niet tevreden krijgt, die altijd iets aan te merken hebben op je houding of wie je bent.
 
Een beperking kan reuma zijn. Het kan ook onzekerheid zijn in het algemeen. Over hoe je overkomt.
Dus doe je jezelf voor als iemand die je niet echt bent. Over hoe je eruit ziet. Dus verberg je jezelf.
Over je luide lach. Dus lach je misschien wel helemaal niet meer en heb je in een hele tijd al geen plezier meer gehad.
 
 
Ik zal je iets belangrijks vertellen: de enige die op elk moment in je leven zal zijn, ben jij.
Heb je jezelf al afgevraagd wat jij zou willen doen, wie jij zou willen zijn, écht zou willen zijn? Niet wat anderen ervan zouden kunnen vinden. Want anderen kunnen zichzelf aan hun wensen aanpassen, anderen kunnen je misschien toch wel leuk vinden zoals je bent, maar hebben de kans niet gekregen dat te uiten omdat je jezelf verstopte op basis van negatieve gedachten of van wat je eerder al meemaakte.
 
Zou jij over iemands uiterlijk of gekke trekjes oordelen? Doe dat dan ook niet over jezelf.
Zou jij anderen helpen? Wees dan lief tegen je spiegelbeeld.
Bereik de dingen die op je lijstje staan omdat jij ze wilt bereiken. Geef niet op als het even - of een hele tijd - moeilijk is als je het echt wilt. Wacht niet tot anderen je wijzen op je mogelijkheden; wees trots op jezelf.
 
Jij - ja, jij! - bent geen last. Je bent bijzonder, te bijzonder om de schaduw van iemand anders te zijn.
Soms vergeet ik dat ook wel eens, dus hierbij een vriendelijke geheugensteun.
Kom uit je bed/je veilige grot/je met dekens en kussens gebouwde tentenkamp/je warboel van gedachten. Je hoeft je niet te verstoppen.
Je mag heus wel mens zijn in plaats van perfect.
 
 
 
Dikke knuffel,
Aïda