DB 35: Rapunzel, Rapunzel, leen me je... arm?

 
Afgelopen zaterdag was een van mijn favoriete dagen van deze zomer.
Met mijn ouders en zus bezocht ik themapark Efteling, en ik moet toegeven dat ik onverbiddelijk was zodra het aankwam op onderhandelen of we die dag zouden gaan of pas later in de vakantie, wanneer het iets minder druk zou zijn.
Ik zou geen rust kennen voordat ik daar geweest was, dus wierp ik alle mogelijke argumenten in de strijd: het park is in de Zeven Mijls Zomer op zaterdagen open tot middernacht en het Negen Pleinen Festijn zou dus ook plaatsvinden, het weerbericht beloofde één enkele dag van mooi weer, ik zou daarna geen tijd meer hebben aangezien ik herexamens heb...
 
Ik geef het toe, ik kan koppig zijn als het hierop aankomt.
Pretparken zijn leuk, maar de Efteling is ge-wel-dig!
In andere pretparken zou ik er een dagtaak aan hebben om starende blikken te negeren die aan mijn rolstoelwielen blijven kleven, maar de sfeer van de Efteling zou me helpen om erdoorheen te zien en mijn focus zou snel opnieuw afdwalen naar de rollercoasters en het sprookjesbos.
In mijn herinneringen aan dit park hebben vervelende mensen geen plek, die worden overschaduwd door de geur van verse popcorn, twinkelende muziek vanuit de paddenstoelen...
Ik zou geen tijd hebben om me te ergeren aan onvolwassen volwassenen.
Dacht ik.
 
 
Ik had mijn rolstoel echt nodig om de dag door te komen, al zou ik voor de meeste attracties gewoon aanschuiven zoals ieder ander.
Ik heb het niet zo op voorkeursbehandelingen en bovendien is het aanschuiven een soort van voorproefje van de attractie zelf. Vooral 's ochtends, toen het nog niet zo druk was en ik probleemloos even kon aanschuiven (het duurde toch helemaal niet lang), voelde ik me echt in mijn element met de muziek, de omgeving, de verwondering over dat alles dat zo mooi was uitgewerkt... Ik ken alle deuntjes van de bezienswaardigheden zo goed als helemaal vanbuiten, heb ik nu een probleem?
 
's Middags werd het drukker, en ik wilde al bijna een attractie overslaan omdat het te lang aanschuiven was en mijn enkel dat echt even niet kon hebben.
Mijn ouders en zus protesteerden meteen. Het sloeg nergens op, ik moest maar gewoon langs de uitgang, zoals alle rolstoelpatiënten dat doen. Dat was toch normaal? Ik had al moeilijkheden genoeg, ik mocht dan toch wel een keertje voor al die andere mensen? Ik kan er toch niks aan doen dat ik niet zo lang kan rechtstaan?
 
Tot daar aan toe.
Maar toen ik weer uit de attractie kwam, half verzopen door het water dat mijn zusje en ik over ons heen hadden gekregen, en mijn ouders besloten in de buurt van de aanschuivende mensen te gaan zitten, begon het inwendig zuchten pas echt.
Ik moest even rechtstaan, als ik bleef zitten zou mijn rolstoelkussen nat doornat worden en zou ik tot middernacht met een natte kont zitten. Dus kwam ik overeind en ging ik in de zon staan, in de hoop dat mijn short zou drogen en ik snel weer kon gaan zitten.
Het staren en fluisteren door onwetende mensen, die chagrijnig waren door de wachttijd, kon beginnen.
 
Normaal gezien zou ik daar, op dat moment, hebben besloten dat ze de pot op konden want het was tenslotte ook mijn sprookjesdag.
Maar ik werd er best een beetje mistroostig van, niet in de laatste plaats omdat ik al aardig moe begon te worden, maar ook omdat ik eerder die dag al een uitermate gênant en enerverend moment had beleefd bij de Indische Waterlelies.
 
Eén van de voordelen in het sprookjesbos is dat ik al zittend op ooghoogte ben van de jonge bezoekers. Alles was natuurlijk zo aangepast dat kinderogen niets zouden missen en zolang er niet iemand heel onbeleefd zich voor mijn rolstoel wurmde had ik daar de voordelen van. Kinderen weten niet beter, van hen kan ik het hebben, en als hun ouders hen erop wijzen dat ze moeten opschuiven vind ik dat heel aardig. Kinderen mogen van mij ook even verbaasd kijken, ze weten niet beter en na enkele tellen kijken ze alweer naar het tafereel voor hen.
Maar ik vind het er los over gaan als volwassenen een rolstoelpatiënt meer als een bezienswaardigheid beschouwen dan de driekoppige draak in de parkshow Raveleijn.
 
Ik strekte dus mijn hals om de dansende elfjes beter te kunnen zien (niet oordelen, ik had ervoor betaald dus ik zou kijken ook, achttien jaar of niet, vet volwassen of niet) en besefte in eerste instantie niet meteen wat er gebeurde toen iemand plots mijn arm vastnam.
Niet gewoon per ongeluk beetpakken, maar een oma ging zo goed als mijn hele arm af, zacht knijpend bij mijn elleboog.
Ik keek verdwaasd toe terwijl ze zich naast mijn rolstoel wurmde met haar kleinkind bij de hand. Het was helemaal niet zo donker dat je niks kon zien, en haar kleindochter leidde haar naar voor, dus ze had mijn arm helemaal niet nodig. Bovendien zou ze zich meteen geëxcuseerd hebben na het eerste contact, als ze een fatsoenlijke dame was geweest, want mijn arm is smal maar voelt echt wel aan als een arm en niet als een stalen leuning.
Maar dat deed ze helemaal niet. Met halfopen mond keek ik toe hoe ze zich schaamteloos in mijn gezichtsveld plaatste, zodat ik schrijlings moest gaan zitten om ook maar iets te zien.
 
Ik was te onaangenaam verrast om te reageren, en mijn ouders en zus ook. Als er één ding is waar ik niet tegen kan, dan zijn het wel vreemden die de pretentie hebben me zomaar aan te raken terwijl ze me niet kennen en me nota bene nog als reling gebruiken ook! Persoonlijke bubbel, kan het even? We stonden met z'n allen toch zeker vijf minuten perplex te wezen.
 
Toen we de zaal uit waren, bekeek ik haar nog eens goed.
Ze was een heldere vrouw die nog niet zo oud was voor een oma.
Ik sta altijd klaar om te helpen als iemand steun nodig heeft of zo, maar dit...
Na één aanraking wist ze toch zeker wel waar ik me bevond als ze gewoon had willen vermijden ergens tegenaan te lopen? Ze had helemaal geen steun nodig en ze had ook geen spraakprobleem. Een simpele 'oh sorry!' en ik was het hele voorval in een mum van tijd vergeten.
 
Kleinigheden vergeef ik snel. Ik ben veel te teruggetrokken en beschaamd om  te zeggen: 'euh hallo, pardón?!', maar dat had ik voor mijn gevoel wel moeten doen. Ligt het aan mij, of behandel je andere mensen doorgaans respectvoller dan dat? Dit zeg ik niet om mezelf de hemel in te prijzen, maar ik heb echt een engelengeduld als het om mensen gaat.
Gelukkig raakten we tegen het einde van de dag even aan de praat met een begripvol ouder echtpaar, waardoor mijn harde oordeel over onbeschaamde, opdringerige oude mensen weer wat vrolijker werd.
Niet iedereen heeft een brein ter grootte van een pindanootje.
 
Het heeft me dus wat moeite gekost, maar ik heb ook deze keer genoten van mijn bezoek aan de Efteling.
Helaas zal ik me altijd die arrogante vrouw herinneren wanneer ik aan de lelies denk, maar ik herinner me ook het vriendelijke koppel bij de watershow.
Misschien werkt het zo, misschien lopen er voor elke onbeschaafde persoon ook twee aardige mensen rond op deze aardbol.
Ongeciviliseerde mensen zorgen er helaas altijd voor, op hun eigen 'charmante' manier, dat je weet dat ze er zijn.
 
 
Aïda