DB 39: Onderweg

 
Waar ga ik in godsnaam naartoe?
Het is een van de dingen die ik me de laatste tijd afvraag.
Meer nog: het is iets wat aan me knaagt omdat anderen verwachten dat ik het antwoord op die vraag al lang bepaald heb. Dat moet haast wel, denkt menig mens wel eens, ze heeft tenslotte die reuma waar ze rekening mee moet houden. Sommige opties verdwijnen dan vast wel als sneeuw voor de zon.
 
Niet echt, nee.
Het maakt sommige opties iets lastiger, het vergt meer moeite, maar als je iets graag wilt dan zorg je er wel voor dat het op een of andere manier gewoon lukt, tegen alle verwachtingen in.
 
Ik zit nu in een periode waarin ik steeds elk moment ervaar als: nu of nooit.
Het zorgt er alleen maar voor dat ik nog nerveuzer en besluitelozer ben.
Ik heb de middelbare school netjes afgemaakt, dacht dat ik precies wist wat ik wilde worden, wie ik wilde zijn, en hoe mijn toekomst eruit zou moeten zien.
Het afgelopen jaar aan de universiteit heeft me echter over dat alles doen twijfelen.
 
Waar is mijn bestemming?
Ik weet het helemaal niet meer.
Wat ik wel weet, is dat ‘onderweg zijn’ lang niet zo slecht is als het klinkt, en dat het niet uitmaakt waarnaar je op weg bent. Zolang ik doe waar ik me goed bij voel, en waarvan ik denk dat het me nu en heel misschien op lange termijn zielsgelukkig zal maken, weet ik dat ik op de juiste weg wandel, al heb ik geen idee welke afsplitsing ik straks zal nemen, waar de weg eindigt en wat daar op me wacht.
 
Het is oké om even helemaal geen idee te hebben waar je mee bezig bent. Het is oké om dat gevoel te hebben bij je studies, bij je eerste dag op de middelbare school, aan het begin van je rijlessen, bij het overschrijden van je grenzen als je met een chronische aandoening net zwaar gefeest hebt...
Ga niet piekeren. Ga niet te veel nadenken.
 
 
Ik las laatst een mooie quote: “Sometimes I think, sometimes I don’t.”
En zo is het. Er is een tijd en plaats om na te denken, aan zelfreflectie te doen en te overleggen met anderen.
Maar wanneer je er niet uit komt, laat het dan even los. Het enige wat je vergaart door middel van veel te veel overdenken is een berg zenuwen en een slecht humeur, en geloof me, je kunt best zonder. Zeker als je reuma hebt en stress als een bom kan inslaan op je lichaam. En om het cliché te bevestigen: je bent leuker als je lacht.
 
Dus wanneer me nu gevraagd wordt: “Wat wil je later doen?”, dan antwoord ik van nu af aan: “Ik weet het nog niet. Ik weet wel wat ik in het nu wil doen. Mijn notitieboekje opdiepen uit mijn tas en een snelle krabbel maken omdat me iets te binnen schiet, of straks mijn blogbericht en mijn leerstof van de afgelopen dag nog even afwerken, zodat ik op schema zit en ik me daarna lekker ontspannen voel. En ik heb zin in een warme chocolademelk. Zullen we?”
 
Zo iemand wil ik zijn.
Vroeger had ik een beeld van wat ik wilde zijn, nu heb ik een beeld van hoe ik wil zijn, hoe ik me wil voelen. Nu, en later, zal ik zo veel mogelijk proberen te doen wat me op dat moment vrolijk of rustig maakt.
Over mijn reuma heb ik niks te zeggen, maar over zo veel dingen kan ik zelf beslissen, en soms is dat lastig, want wat wil ik nu precies? Wat wil ik voor altijd? Wat als ik verkeert kies? Of kansen laat schieten? En misschien wel spijt krijgt?
Ik denk dat je van zowat alles spijt kunt krijgen. Het enige wat dat draaglijk maakt, is het feit dat iets ooit precies was wat je wilde.
 
Maak een lijstje. Niet straks, maar nu.
Pak een pen of potlood en papier erbij en noteer wat jij leuk vindt om te doen. Al levert die activiteit op het eerste gezicht geen belangrijke bijdrage aan jouw toekomst, dat doet deze wel: het maakt je blij, en dat is alles waar je op lange termijn daadwerkelijk iets aan hebt.
Waar wil jij voor knokken? Voor keuzes moet je vechten. Vecht alleen alsjeblieft niet tegen jezelf. Zet jezelf niet onder druk.
Als reuma hebbende is het al vermoeiend genoeg om een lichaam te hebben dat de strijd aangaat met zichzelf, dus vergeef het jezelf als je een misser hebt begaan, of geen idee hebt over wie je bent en waar je heen wilt en met wie. Ga niet in tegen je buikgevoel.
Ik voel me een beetje als de jonge Hercules uit de Disney-klassieker. I can go the distance.
Ik weet nog niet precies waar dat is, maar ik ga tot het einde.
 
 
 
Aïda