DB7: 'Tenentijd' (of de andere kant van het verhaal)

 
Hoe vaak ik in mijn leven al niet gehoord heb: "Jij beseft vast echt dat een goede gezondheid alles is, hè?"
Nou, laat ik je wat vertellen: een goede gezondheid is niet alles. Natuurlijk zou ik het willen, nooit meer pijn, nooit meer ziekenhuizen afstruinen, me nooit meer zorgen hoeven maken of ik de volgende bestemming wel haal te voet...
Maar een goede gezondheid is echt niet verantwoordelijk voor gelukkig zijn. Geluk maak je zelf, samen met anderen. Vrienden en familie, die zijn alles. Eenzaamheid is erger dan fysieke strubbelingen.
 
 
Ik wil het vandaag graag over mijn zusje hebben. Nou ja, zusje... Ze is inmiddels al een hoofd groter dan ik, maar dat verandert niks aan het feit dat ze drie jaar jonger is.
Ik ga er niet om liegen: thuis maken we geregeld ruzie en als je denkt dat alleen broers elkaar irriteren, dan heb je het mis. En toch is mijn vijftienjarig zusje mijn beste vriendin. Ruzie of niet, zij is er altijd geweest voor mij, en we maken het altijd weer goed. Als het erop aankomt, zijn we onafscheidelijk. Ik word niet snel kwaad, maar één vinger uitsteken naar mijn zus en ik ontplof.
 
 
Mijn zusje heeft geen reuma. Tenminste, dat hopen we. Dat hoop ik uit de grond van mijn hart. Maar de laatste tijd is er wel iets aan de hand.
Alles kraakt - net zoals in mijn eigen gewrichten. En na een zware dag doen haar benen verschrikkelijk veel pijn, zo erg dat ze er soms niet van kan slapen.
Ze klaagt niet over pijn, dat doet ze nooit. Ze maakt er zelfs grapjes over. "Tenentijd!" kondigt ze geregeld aan, en dan gaat ze haar tenen zitten kraken. Wat humor betreft denken we gelijkaardig. Het is altijd lachen thuis met haar.
 
 
Ik heb er nooit echt van gebaald dat Thaïs nooit zou weten hoe het was om reuma te hebben en me niet volledig zou kunnen begrijpen. Ik was blij dat ze het niet samen met mij moest doormaken. In zeker zin heeft ze dat wel gedaan, want mijn beperking heeft een grote invloed gehad op het leven thuis. Ik baalde er vooral van dat ik niet de energieke grote zus kon zijn die ze verdiende, die haar de wereld kon laten zien. 
 
Ik herinner me nog die keer dat we samen op de achterbank in de auto zaten en de parking van het UZ in Leuven afreden. Het was al donker, maar we konden elkaar nog zien door de verlichting van de straatlantaarns. Ik zat in mijn hoekje onderuitgezakt, verwoed proberend mijn bekken zo veel mogelijk te ontlasten. Iedere bult in het wegdek sneed door mijn heupgewrichten heen.
Thaïs en ik hielden elkaars hand vast en we zaten allebei met tranen in onze ogen toen ik zei: "Ik ben zo, zo blij dat ik het heb, en niet jij..."
 
 
Zo zijn er talloze momenten geweest, momenten waarop zij me pijn zag lijden. Ik hoop dat ik nooit haar kant van het verhaal te zien krijg. Ik wil niet ook nog diegene worden die de andere zus ineen ziet krimpen. Zelf pijn hebben is één ding, maar het is verschrikkelijk om te zien hoe iemand van wie je heel veel houdt zich, bang voor de pijn, achter een masker verschuilt. Als er iemand was die ik vrij kon stellen van mijn eigen problemen, zou ik haar kiezen.
 
Stel je voor hoe het was om op kamp te gaan en 's ochtends naast haar wakker te worden en haar vermoeide gezicht te zien, met als verklaring dat ze tot half vijf wakker had gelegen door de last in haar benen. Stel je mijn gezichtsuitdrukking voor toen ik thuiskwam en hoorde: "Thaïs heeft een hele nacht niet geslapen van de pijn."
Ik had met iets willen gaan gooien, ik had mijn hoofd tegen de muur willen bonken en "Nee nee nee!" brullen. Maar ik wist beter, dat zou niets veranderen. En dat is wel het laatste wat ze nu kan gebruiken: haar oudere zus die het niet meer aankan. Ik voel me zo machteloos. En voor het eerst echt kwaad. Voor mezelf kon ik vechten. Vechten tegen haar pijn kan ik niet. Ik hoop nog steeds dat het groeipijnen zijn...
 
Maar ik zal er zijn voor haar als dat nodig blijkt te zijn. Ik hou van haar, meer dan van wie ook op deze planeet. Ik zeg het haar alleen veel te weinig.
 
Ik mis haar vaak, nu ik op kot zit. Geen hilarische zustergrappen meer, geen inside jokes aan tafel, geen aflatend gekwetter over boybands aan mijn hoofd... Thaïs, ik word veel te beschaafd zonder jou! Het wordt te vaak vergeten wat je allemaal voor me doet, al is het maar een grijns op mijn gezicht toveren.
 
Dank je wel voor alles. Voor de grappen, de knuffels, de gedeelde tranen, de warme herinneringen... Help me eraan herinneren dat we ons houden aan alle plannen die we maakten voor als we 'groot' zijn. Reuma of niet, er is altijd een manier om te bereiken wat we willen hebben. En zo lang ik jou heb, kan het me ook niet schelen of we er daadwerkelijk in slagen of niet.
 
 
Tot morgenavond zusje, ik verpletter dat examen voor je, want jij gelooft dat ik het kan!
 
 
Aïda