Sportieve update

 
Vorig jaar ging het niet goed met mijn gezondheid.
Stappen ging niet meer goed, papa moest me de trap opdragen. Alle dingen waar ik zo van hield vielen weg. School, sociale contacten, bewegen,…  Er werd een prikpen aan mijn arsenaal medicijnen toegevoegd, daarbovenop soms intramusculaire pijnstilling,…
Ik haatte het.
Ik had pijn en wilde dit niet.
Wilde geen fibromyalgie en ook geen bevestiging dat ik wel degelijk ziek was.  
 
Er was al mijn hele leven iets niet pluis, vaak uitvallen op school, veel pijn hebben,… In West-Vlaanderen noemen ze dat een bakbijtertje, zoals het kleinste konijnenjong onder de felle verlichting in de dierenspeciaalzaak. Schattig, maar vaak ziek.  
 
Dan kwam de revalidatie in Oostende, afgelopen zomer. Ik had net de tweede graad van de middelbare school afgewerkt en voelde dat ik verder moest. Dat ik vooruit moest. De diagnose was net gesteld en ik was er niet blij mee, maar moest vooruit.
Langzaam aan begon ik te stappen op de loopband, oefeningen in het zalig verwarmde zwembad. De pijn verbijten, maar de zelfspot onder de patiënten hielp. Mevrouwtje Fibromyalgie zal nooit volledig weggaan. Het blijft vechten tegen het continue en zeurende gevoel: altijd pijn hebben, altijd moe zijn, altijd medicatie nemen.
Maar ik leef, en ben zo gelukkig dat ik deze kans krijg, mijn secundair diploma toch nog halen na drie schooljaren gemist te hebben. Langzaam aan bewegen in het zwembad, zelfs baantjes kunnen zwemmen terwijl mijn papa me vorig jaar de trap opdroeg. 
 
 
Daarnet liep ik in het bos. Start to run is veel te zwaar voor me, maar een klein beetje joggen afgewisseld met veel wandelen lukt.
Ik had net gelopen en sleepte mezelf puffend als een astmatische zeehond vooruit. Met trage stappen, een rood hoofd en kramp.
En wie kwam ik tegen in het bos: mijn dokter. Ze jogde me vlotjes voorbij met een bemoedigende glimlach.
En dat deed deugd. Zoveel deugd.
Ik keek om me heen, zag letterlijk de bomen door het bos. Lette op de geluiden van zangvogels, probeerde de zuivere boslucht in te ademen. En ik dacht: ik ben een Lucky Bastard dat ik dit nog kan. Dat ik kan stappen, kan ademen, een minuutje kan lopen. Dat er mensen om mij heen zijn. Dat ik ondanks alles nog in het bos kan lopen. 
 
 
Want er is een ziekenhuis met dokters en kinesisten. Maar er is ook een bos, met vogels en verse lucht.
De artsen vermoeden dat ik ook een slaapstoornis heb. Dus volgende maand word ik voor twee nachten in het ziekenhuis verwacht voor vleeskeuring.  
Als ik daar lig aan de draadjes en me eenzaam voel, dan zal ik denken aan de lucht, aan de bomen en de vogels. 
 
 
Liefs,
Julie